We wilden al een tijdje naar Hiroshima en aarzelden: doen we het met of zonder kinderen? Zonder - zei iedereen die er ooit geweest was: "het is hartstikke heftig", maar ja: oorlogen zijn een feit, en de burgerslachtoffers daarbij ook. Moet je je kinderen daar nou coute que coute weg van houden, of is het misschien beter ze van jongs af aan ook met de minder leuke kanten van de wereld te confronteren?
Maar de doorslag gaf een mede-niet-muts-opvoeder, die het echt totaal ongeschikt vond. En dus zochten we naar een mooie aanleiding een keer alleen naar Hiroshima te gaan. Die aanleiding vonden we in de broer van Patrick waarmee we natuurlijk een weekendje weg zouden gaan. Hij reageerde cynisch, maar niet geheel afwijzend: "Hiroshima, is dat niet die stad met die leuke, authentieke binnenstad?" en dus boekten we een adult-only weekend naar Hiroshima en, om niet helemaal in diepe depressiviteit weg te zakken, naar Miyajima.
In Hiroshima besloten we maar direct door de depressieve appel heen te bijten en naar de A-bomb-site te gaan, waar we in gesprek raakten met het jongste A-bom-slachtoffer: een 63-jarige man die nog bij zijn moeder in de buik zat tijdens het bombardement. Hij wees ons op typische resten van de bom, zoals een klein tempelbeeldje dat de blast had doorstaan.
Nadat we afscheid hadden genomen van onze bom-man, besloten we het museum te bezoeken. Een heel mooi museum dat een goede balans tussen diep-treurig-sentimenteel-gesnif en harde-abstracte-wetenschap had gevonden. Maar desalniettemin - sentimentele moeder die ik ben, heb ik toch even heel hard staan snikken bij het overlijdensverhaal van dit bijna vier-jarige jongetje - alsof Stach zelf net was omgekomen:
En dan was ik nog niet eens bij Sadako aangekomen: een verhaal waaraan ik nog nooit met droge ogen heb kunnen denken. Zij was namelijk een laat slachtoffer dat als twee-jarige het bombardement had meegemaakt en als 11-jarige leukemie kreeg. Aangezien er een Japans verhaal gaat dat als je 1000 kraanvogels vouwt je een wens mag doen, besloot Sadako in de laatste maanden van haar leven als een bezetene kraanvogels te vouwen. Hoewel ze de 1000 ruimschoots gehaald heeft, heeft dat niet mogen baten en overleed ze op 12-jarige leeftijd. En hoewel het op zichzelf al onverteerbaar is dat jonge kinderen overlijden, en nog onverteerbaarder als dat eenvoudig voorkomen had kunnen worden, denk ik dat ik het ergste vind dat zo'n jong meisje zo wanhopig haar laatste maanden heeft besteed aan het najagen van een onvervulbaar droombeeld...
Ze raakte overigens wel bedreven in het vouwen, zoals je kunt zien op onderstaande foto waar ik ook het topje van mijn wijsvinger bij heb gefotografeerd.
Na haar overlijden is een standbeeld voor haar opgericht om aandacht te vestigen op de onschuldige slachtoffers van de atoombom. En nog steeds worden er elke dag tienduizenden kraanvogels naar dat standbeeld gestuurd: Brecht's klas is momenteel ook druk aan het vouwen om met 1000 vogels bij te dragen.

